
Verdampen en condenseren
Bij destillatie worden twee vloeistoffen die in elkaar zijn opgelost gescheiden door middel van verschil in kookpunt van de twee stoffen. De oplossing wordt in de reactor verwarmd door middel van een verwarmingsmantel. Hierdoor verdampt de vloeistof met het laagste kookpunt als eerst. Dit betekent dat de stof overgaat van een vloeistoffase naar een gasfase. Het gas verplaatst zich naar de condensor, waarin zich een spiraal bevindt waar koelwater doorheen loopt: de stof wordt teruggekoeld naar een lagere temperatuur en gaat terug van gasfase naar vloeistoffase. De vloeistof wordt vanuit de condensor opgevangen in een separate opvangtank en de vloeistoffen zijn gescheiden.
Destillaat en residu
De vloeistof met het laagste kookpunt, zal dus als eerst verdampen en door middel van condensatie teruggekoeld en opgevangen worden in een separate opvangtank. Deze vloeistof wordt het destillaat genoemd. De vloeistof die achterblijft in de reactor heeft een hoger kookpunt en zal dus achterblijven. Deze vloeistof wordt het residu genoemd. Bij destilleren is men vaak geïnteresseerd in het destillaat, terwijl men bij indampen veelal geïnteresseerd is in een vaste stof die achterblijft bij het koken van een mengel van een vaste stof in een vloeistof, zoals zout in water.
